De doden

De mooiste bezienswaardigheid in Lecce is de Santa Croce, maar voor de Santa Croce verdrongen zich busladingen bejaarden. Op de begraafplaats van Lecce was niemand. Het was er rustig, zo niet doodstil. Ik heb nog nooit een dierbaar iemand verloren. Er is een jonge vriend gestorven, maar dat verlies was een onbegrijpelijk verlies. Kapot ben ik niet geweest van iemands dood.

Wandelend over de paden van de begraafplaats van Lecce werd ik echter overvallen door een bijna ondraaglijke droefheid. Misschien waren het de plastic bloemen die ook verwelkt waren, de namen op de stenen die de regen onleesbaar had gemaakt, de grauwe galerijen van grafmonumenten waar alleen mijn voetstappen weerklonken. Of kwam het door deze gedachte: ik zal misschien nooit kapot zijn van iemands dood.

Geschreven door Ernest op: maandag 30 April 2007 - 11:05:42





Pussy

Na dertien uur en vierendertig minuten kwam ik aan in Lecce. (Slechts een half uur vertraging.) Tot aan Verona heb ik oude kranten doorgebladerd, vanaf Mantova heb ik een manuscript gelezen waar op elke pagina wel een keer het woord ‘pussy’ voorkomt. Tussen Verona en Mantova heb ik uit het raam gestaard. Tussen Bologna en Ancona heb ik geflirt met een meisje met donker haar, low waist jeans en zonnebril. In Ancona stapte ze uit en werd ze omhelsd door een man die eruit zag alsof hij onder een zonnebank in slaap was gevallen. Na Ancona heb ik even niets gedaan. In Pescara ben ik begonnen in Kaputt. En in Brindisi ben ik in slaap gevallen om niet veel later wakker te worden in Lecce. Finalmente.

Geschreven door Ernest op: vrijdag 27 April 2007 - 10:24:26





13 uur en 4 minuten

Vandaag reis ik van Bolzano naar Lecce, een treinreis die dertien uur en vier minuten duurt. Als alles meezit. Als het tegenzit, zit ik waarschijnlijk morgen nog steeds in de trein. Bij Trenitalia zit zelden alles mee. Ik maak de reis omdat de hoofdpersoon uit een nog te schrijven novelle deze reis maakt. Hij is in de tachtig en krijgt op een dag een brief van zijn vroegere liefde uit Lecce. De man besluit twee overhemden, een schone onderbroek en een paar sokken in een koffertje te doen en op weg te gaan. Ik ga op weg met Kaputt van Curzio Malaparte, een erotisch manuscript (ter beoordeling) en anderhalve kilo krantenknipsels die mijn beschermheer mij heeft opgestuurd.

In de novelle zal de vroegere liefde op het perron van Lecce staan. Haar witte haar beweegt door de luchtverplaatsing van de aankomende trein, in haar keel klopt haar hart als van een achttienjarige, over haar wangen stromen tranen. Ik word opgehaald door Alessandra van wie ik niet meer weet dan haar telefoonnummer. Voor het eerst in mijn leven hoop ik geen jonge mooie vrouw te treffen. Ik hoop dat Alessandra trillende handen heeft, krijtwit haar en rimpels als vorens in haar gezicht, en dat ze al jaren een groot gebroken hart met zich meedraagt. Ach, voor de literatuur!

Geschreven door Ernest op: donderdag 26 April 2007 - 07:26:53





Op schoot

Kinderen worden gevormd in hun eerste levensjaren. Voorlezen is daarom van het allergrootste belang. Je kunt beginnen met een boek over kabouters, maar je kunt ook meteen beginnen met Aantekeningen uit het ondergrondse van Dostojevski. Wat is het educatieve nut van een kabouter nou helemaal? Kabouters zijn niet-bestaande irritant vrolijke schepseltjes die een ontzaglijke puntmuts dragen om hun lengte te compenseren. Dan liever een boek over de improbiteit van de mens. Lorenz, zeven maanden, dacht er net zo over. Hij gierde het uit bij de openingszinnen: “Ik ben een ziek man… Ik ben een slecht man. Een onaantrekkelijk man ben ik.” Hij klapte in zijn handjes bij de uitroep: “O wiegekind! O, rein, onschuldig kind!” Alleen bij het volgende stuk werd hij stil: “Ik meen zelfs dat de beste definitie van een mens deze is: een wezen dat op twee benen loopt en ondankbaar is.” Maar misschien komt dat omdat Lorenz nog niet kan lopen.

Geschreven door Ernest op: woensdag 25 April 2007 - 8:24:08





Sartre

Vincent Raynaud, vertaler en scout van de Franse uitgeverij Gallimard, is mijn enige vriend in Bolzano. Lotgenoot is waarschijnlijk een beter woord. We werken allebei in de kelder van de Europese Academie. We beginnen om negen uur ’s ochtends, drinken om 11 uur een espresso, lunchen om half een, en gaan de deur uit tussen vier en zes, afhankelijk van het gedane werk, het weer, het gemoed. En, oh, we hebben gemiddeld vier plaspauzes per dag. Niet gezamenlijk, maar ook niet onopgemerkt. Lotgenoten dus.

De espresso-onderbreking duurt vaak niet langer dan vijf minuten. In die vijf minuten proberen we vaak het meisje achter de bar aan het lachen te maken. Of we kijken gewoon naar haar borsten. De lunch duurt langer, circa een uur, en is daarom het enige moment van de dag dat we met elkaar praten. Soms gaan de gesprekken over muziek of politiek, maar het merendeel van onze gesprekken gaat over uitgevers. Het zijn zwartgallige, deprimerende gesprekken, maar een enkele keer is er ook ruimte voor luchtigheid. Zoals gisteren. Vincent vertelde mij dat Monsieur Gallimard een hond heeft die ingezonden manuscripten beoordeelt. De hond heet Sartre en ligt de hele dag languit op een sofa in een grote kamer. Als er een redacteur binnenkomt om een manuscript te brengen, sprint Sartre op en bijt hij de redacteur in zijn kuit. De redacteur vlucht de kamer uit en Sartre begint te snuffelen aan het manuscript. Soms pist hij erop, of als hij het heel slecht vindt laat hij zijn darmen leeglopen. Blaffen doet hij ook, maar dan alleen over de telefoon. Wie Sartre aan de lijn krijgt, weet dat zijn manuscript niet in het prestigieuze fonds past. Aan standaardafwijzingsbrieven doen ze niet bij Gallimard. Wel worden afgewezen manuscripten retour gezonden. Wie geluk heeft, krijgt er een drol bij. Wie minder fortuinlijk is, moet het doen met de opgedroogde urine van Sartre.

Geschreven door Ernest op: dinsdag 24 April 2007 - 08:19:10





De dokter

Ik ben weer thuis. Ik kan weer schrijven. Op reis schrijf je niet echt. Je leest, je luistert, je bespiedt. Je verzendt op z’n hoogst een ansichtkaart met de tekst: “Hoe verder weg ik van je ben, hoe beter het met me gaat.” Maar hoe langer je weg bent, hoe slechter het eigenlijk met je gaat. Je merkt het niet direct, je merkt het heel langzaam, als een gezwel dat eerst niets dan een pukkeltje was. Wat ik bedoel: je zit op een paard en je valt een zin te binnen. Je wil je aantekenboekje pakken maar het paard loopt richting een struikgewas. Je vingers beginnen op een ochtend te tintelen. De volgende dag ben je neerslachtig, hoewel het prachtig weer is en de vrouwen in San Cristobal de las Casas naar je glimlachen. Dan word je midden in de nacht wakker en prevel je poëtische woorden tegen de Chinese backpacker met wie je de kamer deelt. Tijdens een zestien uur durende busrit word je achtervolgt door beelden uit de roman die je volgend voorjaar moet inleveren. En dan weet je opeens: ik ben een gezwel.

Schrijven is een ziekte. Geen ongeneselijke, maar wel een chronische. Eigenlijk is genezing niet gewenst. Het is vervelend als je in het buitenland zit en je wordt ziek, maar dat is met alle ziekten. Er is een groot voordeel voor de ziekte die schrijven heet: je hoeft niet naar de dokter. Je kunt gewoon thuis blijven. Je hoeft alleen de powerknop van je computer in te drukken, je handen op het toetsenbord te leggen, en dan begin je. Het klinkt misschien neurotisch of juist pretentieus. Maar het houdt de dokter weg.

Geschreven door Ernest op: maandag 23 April 2007 - 10:26:13





Mijn graf

In 1981 mocht de Oostenrijkse journalist Dietmar Grieser de weduwe van Giuseppe Tomasi di Lampedusa interviewen. Het gesprek vindt plaats in het Duits, een van de vijf talen die de schrijversweduwe spreekt. “Mein Mann liegt in Palermo begraben,” zegt de principessa. “Sie finden den Stein nicht – es trägt nicht seinen Namen. Was sollte ich tun, es war sein ausdrücklicher Wunsch.”

Ik wil begraven worden op een begraafplaats in Guatemala, temidden van talloze pastelkleurige grafstenen. Geef mij een plek in de verzengende zon, daar waar leguanen onbeweeglijk rusten, waar plastic bloemen eeuwig bloeien en het gras niet wil groeien omdat het te droog is. Op mijn grafsteen mag mijn naam staan – de principessa heeft ruim twintig jaar na de dood van haar man toch zijn naam op zijn steen laten zetten –, en onder mijn geboorte- en sterfdatum mag worden gebeiteld: “Hij hield van espresso.” Zo wil ik herinnerd worden, als een liefhebber. Niet van mensen, niet van sport, maar van espresso.

Geschreven door Ernest op: vrijdag 20 April 2007 - 09:01:25





Gered

In Antigua bracht ik een bezoek aan Casa del Tejido, een museum, markt en werkplaats in één. Ik kreeg een rondleiding van een mannelijke gids, alle vrouwen waren aan het weven of kletsen of deden beide. Er was iets met de mannelijke gids. Ik wist alleen niet wat. Hij deed me denken aan een lingerieverkoper in Bologna. Twee zomers geleden was ik in deze mooie stad en toen wilde K. een nieuw setje kopen. Ik zocht naar een bar om achter een espressokopje te kunnen schuilen, maar ik werd de winkel in getrokken. De verkoper was een man en hij deed zijn werk graag. Zó graag dat ik de slappe lach kreeg toen hij een string aan twee vingers omhooghield en met goochelsnelheid de voor- en achterkant liet zien.

De gids van Casa del Tejido liet geen strings zien, maar traditionele Guatemalteekse klederdrachten. Bij elke rok, sjaal, broek vertelde hij uit welke streek het kledingstuk kwam, hoe het vervaardigd was en met welke stof. Toen werd eindelijk duidelijk wat er met de gids was. Hij was gered door Jezus. De rondleiding was voorbij, er was nu de gelegenheid om een sjaal of een draagdoek te kopen, maar de gids wilde eerst nog iets kwijt. Hij was vroeger aan de alcohol en drugs geraakt en had de meest verschrikkelijke dingen gedaan, tot Jezus op een dag in zijn leven was gekomen. De gids keek mij verwachtingsvol aan. Ik keek naar een sjaal en besloot dat het nog geen tijd was voor mijn redding. De meest verschrikkelijke dingen liggen nog voor mij.

Geschreven door Ernest op: donderdag 19 April 2007 - 13:11:01





Special price

Mijn moeder is Indiaas en zij gaat regelmatig terug naar haar geboorteland. In India schaft ze alles aan wat duurder is in Europa. Bijna alles is duurder in Europa. Daarom komt ze altijd terug met bomvolle koffers waarin dingen zitten die je ook in Crooswijk of Delfshaven kunt kopen. Soms denk ik dat ze helemaal niet voor familie naar India gaat, maar voor de ontelbare koopjes. Voor een tube tandpasta die in Nederland het tienvoudige kost.

Ik ben zelf ook Indiaas, maar ga zelden terug naar mijn geboorteland. Ik reis liever naar landen die ik nog niet eerder heb gezien. Soms is dat ook een land waar bijna alles goedkoper is dan in Europa. Guatemala is zo’n land. Tandpasta is voor een Europeaan zo goed als gratis. Ik zal niet met bomvolle koffers terugkeren, ik zal met een schamele rustas terugvliegen. De enige zonde die ik heb begaan is de aankoop van een paar spotgoedkope sandalen, maar die zal ik niet in mijn bagage doen. Ik zal de sandalen aan mijn voeten dragen. En bij elke stap zal ik aan mijn moeder denken.

Geschreven door Ernest op: woensdag 18 April 2007 - 08:43:04





Slapen in de jungle

Brrrruaaah! Brrrruaaah! Toktoktoktoktoktoktok. Juuuuha, juhaaa. oeOEoeOEoeOE. Bzzzz bzzzz. Brrrruaaah! Brrrruaaah! Krak, krak, krak. Okokokokok! Bzzzzzzzzzzzzzzzzzzz. Bzzzzzzzzzzzzzz. Brrrruaaah! Tssssss, tss, tssssss. Toktoktoktoktoktoktok. Juuuuha, juhaaa. oeOEoeOEoeOE. Bzzzz bzzzz. Brrrruaaah! Brrrruaaah! Krak, krak, krak. Okokokokok! En heel kort: ZZZzzz.

Geschreven door Ernest op: dinsdag 17 April 2007 - 9:16:44





Ik ruik niet meer naar aangespoelde vis

Een kort fragment uit Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen:

“Mijn moeder sprintte in avondjurk de trap op. ‘De kam ligt dáár!’ hoorden mijn zus en ik uit de badkamer galmen. ‘En de deodorant dáár.’
‘Nee! Geen deodorant!’ Mijn vader was bang voor deodorant.
Een worsteling volgde. Met als climax twee hoge gilletjes van mijn vader die deodorant onder zijn oksels gespoten kreeg.”

Ik zeg het niet graag, maar bovenstaand fragment is autobiografisch. Goed, ik heb geen zus, maar ik heb wel een vader en een moeder die soms met elkaar worstelen, en als mijn moeder wint dan klinken er steevast twee hoge gilletjes. Ik denk dat ik een zekere ontsmetvrees van mijn vader heb. Niet alleen schuwt hij deodorant, onder de douche gaat hij ook niet graag. Ik douche zelf ook zo min mogelijk, zeker als een douche er minder fris uitziet dan ik. In Guatemala had ik nu al negen dagen niet gedoucht en volgens een Franse reiziger rook ik naar aangespoelde vis. In El Remate waren de douches prima, maar er was ook een bad zo groot als de golf van Triëst.

Geschreven door Ernest op: maandag 16 April 2007 - 09:23:11





De kwakzalver

Als ik geen schrijver zou zijn, dan zou ik mensen op een andere manier oplichten. Want schrijven is natuurlijk ook een vorm van bedrog. Wie het goed doet, lukt het mensen geld afhandig te maken. En wie het nog beter doet, kan er zelfs prijzen mee verdienen. Ik denk dat ik het goed zou kunnen doen als kwakzalver. Ik zou geronnen olifantenpis met komkommerschillen aan de man proberen te brengen en verkondigen dat het helpt tegen nierziekten, rugpijn en talloze andere kwalen. Precies zoals ik het de man in Rabinal heb zien doen op een marktplein. Misschien zou ik een pak dragen in plaats van een kort overhemd. En ik zou het drankje zelf ook drinken, en als de geronnen olifantenpis door het keelgat is gegaan dan zou ik vertellen dat ik vroeger dagelijks mijn hoofd op een tafelblad liet vallen en dat ik bulten had zo groot als duiveneieren, maar dat nu alles goed is. Alles is goed nu.

Geschreven door Ernest op: vrijdag 13 April 2007 - 10:25:40





De kip die viel

Wie door Guatemala reist, reist in oude Amerikaanse schoolbussen. Chickenbusses worden ze ook wel genoemd. De bankjes zijn van hout, de ramen gaan niet meer open of niet meer dicht, en soms valt er een bagagestuk uit het rek boven je. Ik kreeg op weg naar het plaatsje Rabinal bijna een dode kip op mijn hoofd. Dieren mogen blijkbaar ook mee, of alleen als ze dood zijn, en dan misschien alleen als het kippen zijn. Het zijn niet voor niets chickenbusses. De eigenaresse van de dode kip, die overigens keurig verpakt was in een plastic tas, bood mij haar excuses aan. Ze besloot de kip de rest van de reis op haar schoot te houden, in de plastic tas. Maar omdat de vrouw voortdurend in slaap viel, schoof de dode kip steeds van haar schoot naar mijn schoot. Wie niet beter zou weten, zou denken dat de kip springlevend was en dat hij in mij een nieuwe vriend had gevonden. Honden beginnen te blaffen als ze mij zien, paarden weigeren te lopen als ik op ze zit, vogels schijten op mijn hoofd – misschien moest ik bij thuiskomst een dode kip als huisdier nemen.

Geschreven door Ernest op: donderdag 12 April 2007 - 09:53:41





Vrouwen brengen ongeluk

Ik moest in Salama denken aan de Italiaanse ijsmaker Giuseppe Olivo. In 2002 bracht ik signor Olivo voor het eerst een bezoek in Italië. Ikzelf logeerde in Bolzano om in alle rust aan mijn eerste roman te schrijven. Ik nam de trein naar Dobbiaco, de plek waar Gustav Mahler zijn zomers doorbracht, ook om in alle rust te werken. Maar nu was het winter in Dobbiaco. En Giuseppe wachtte mij op in zijn witte Landrover. We reden door een sneeuwlandschap en spraken over Venas di Cadore, het dorp waar de familie Olivo vandaan komt, het dorp waar vele ijsmakers vandaan komen. Zo nu en dan riep signor Olivo naar een automobilist: “Salame!” Of hij mompelde: “Vrouwen brengen ongeluk.”

Inmiddels ben ik al meer dan een jaar bezig met een roman over ijsmakers. Onlangs mocht ik daarover vertellen op TV Rijnmond. Het resultaat is hier te zien.

Geschreven door Ernest op: woensdag 11 April 2007 - 07:58:57





Woede

Ik heb een slecht geheugen voor namen. Zeker als namen exotisch zijn. Juan kan ik nog onthouden, Kyösti ook, maar alles wat verder gaat dan Isfrimidilimed wordt niet opgeslagen. De naam die ik vandaag ben vergeten is een Macedonische naam. De persoon die erbij hoort is een muzikant die ik in de boot van San Pedro naar Panajachel heb ontmoet. Ik maakte een opmerking over de muziek die op de afmeerplek te horen was. Zoiets als: “Wat een sentimentele herrie.” Andere mensen in de boot zwegen maar de Macedonische man pakte een mobiele gitaar uit zijn tas en plugde die in een speaker. Hij begon over de muziek op de afmeerplek te zingen en toen de boot voer, ook over het geluid van de buitenboordmotor. Ik kon de teksten niet goed verstaan, maar wat ik verstond was goed. Het was woedend. Toen bedacht ik: er zit te weinig woede in mijn werk. En daarna: vanaf vandaag zal ik ook woedend zijn. In mijn columns, in mijn verhalen, in mijn gedichten. Vooral in mijn gedichten.

Voor E.

Jij hoer
Vieze slet dat je er bent
Je kunt doodvallen
En je kut mag opgevreten worden door maden
Nooit meer hoef ik je te zien
Tenzij aan het uiteinde van een vishaakje

Geschreven door Ernest op: dinsdag 10 April 2007 - 07:45:07





In plaats van lingerie

In San Pedro La Laguna wordt het straatbeeld niet bepaald door posters met lingeriereclame. Jezus is overal, op elke muur. Tegenover de bakker wordt zijn komst aangekondigd, naast de ingang van een opticien staat geschreven: “Jezus is de enige hoop voor jou”, en op een muur van een garage staat: “Jezus de enige oplossing”. Dat de opticien akkoord gaat met reclame voor Jezus, kan ik begrijpen. Potentiële klanten zullen de tekst op de muur niet kunnen lezen. Maar dat de garagehouder akkoord gaat, is mij een raadsel. Stel: je hebt net je auto tegen een slechtziende klant van de opticien geramd en je bumper ligt eraf. En bovendien: het handschoenenkastje heeft kuren. Stel: je gaat op weg naar de garage. Je rekent al uit hoeveel je kwijt zult zijn voor een nieuwe bumper, voor een betere sluiting van het handschoenenkastje. Maar dan zie je op de muur van de garage de volgende slogan: “Jezus de enige oplossing”. Dit stel ik me dan voor: een man in een auto. De man krabt even over zijn bezwete hoofd. En dan rijdt hij verder. Zonder bumper, met een slecht functionerend handschoenenkastje. En als de man later die dag uitstapt, zijn huis binnenloopt en in de keuken op een stoel gaat zitten, dan denkt hij: wat wilde ik ook alweer doen vandaag?

Geschreven door Ernest op: maandag 9 April 2007 - 09:03:28





Can I Take A Shower?

Als de koffieboon is geplukt wordt hij gewassen in een bad. Mijn gids, Brian, liet het bad der baden zien en vertelde dat de rode schil hier van de boon loskomt. Ik vroeg: “Can I take a shower?” Anita Ekberg is onsterfelijk geworden door in de Trevi fontein te stappen. Ik wilde onsterfelijk worden door een douche te nemen in een koffiebonenbad. Al was het maar voor de tien Amerikanen met wie ik de rondleiding op de plantage maakte. Amerikanen op witte gymschoenen, Amerikanen met een T-shirt in hun korte broek gepropt, Amerikanen die mij er vreemd vonden uitzien voor een Nederlander: “You have a funny colour for a Dutch guy.”

Soms voel ik de aandrang om iets heel onaangepasts te doen. Ik heb al een keer een Tyrannosaurus Rex nagedaan in een supermarkt en tijdens een diner met mijn familie heb ik ooit mijn hoofd in het bord laten vallen (gebakken ganzenlever met in de oven gebraden ananas, winter postelein en Szechuan jus). Nu dus wilde ik al mijn kleren uittrekken en onder een koffiebonendouche stappen en uit volle borst een liedje van Willem Wilmink zingen. Maar Brian zei plechtig: “This is a very important moment for the coffee bean.” En ik zweeg, ik respecteerde het belangrijke moment voor de koffieboon.

Geschreven door Ernest op: vrijdag 6 April 2007 - 07:04:21





Zwemmen in koffiebonen

Ik ben geen euforisch mens. Ik ben nooit in een hallelujastemming. Je zult mij niet betrappen op uitbundig gejoel of geschreeuw. Zestig procent van mijn tijd zit ik als een soldaat achter mijn computer. Dertig procent lig ik in bed. En de overige tien procent ben ik in de supermarkt, de keuken of de badkamer. Wat ik wil zeggen: ik ben geen vrolijk mens, laat staan euforisch. Maar als ik espresso ruik of een koffieboon zie, dan word ik het blijmoedige kind dat ik ooit was. In de buurt van Quetzaltenango, Guatemala, zag ik niet één koffieboon maar een zee van koffiebonen. Het kind in mij nam een duik en zwom een tiental minuten door de bonen.

Wie over enkele maanden een espresso op een terrasje in Amsterdam, Gent of Dijon voorgeschoteld krijgt en de geur van zweetvoeten ruikt, bied ik nu alvast mijn excuses aan.

Geschreven door Ernest op: donderdag 5 April 2007 - 08:15:36





Golven

Ik ben geen begenadigd zwemmer. Ik ben eigenlijk nergens begenadigd in. Soms denk ik dat ik een begenadigd schrijver ben, maar die gedachte duurt nooit lang. Andere gedachten duren veel langer. Ooit studeerde ik fiscale economie en dacht ik een normaal mens te zijn. Iemand die later een huis zou kunnen kopen en zorgeloos in het leven zou staan. Ook die gedachte duurde niet lang. Ik ben schrijver, en ik ben bang. Ik twijfel, ik huiver, ik huil wel eens. Maar vandaag heeft niemand dat gezien. De golven zijn groot in Chacahua. Wie in de branding blijft staan, wordt overspoeld en is dan even, een moment, één grote onzichtbare zoute traan.

Geschreven door Ernest op: woensdag 4 April 2007 - 14:36:05





Zon, zee en verder niets

Aan het einde van de Mexicaanse film Y tu mamá también zoekt een jonge vrouw een plek om te sterven. Chacahua klinkt haar goed in de oren. Een gehucht aan de oceaan met grote golven. Uiteindelijk sterft ze niet in Chacahua. Waar wel, weet ik niet meer. Dat spijt me.

Ik ben in Chacahua en de hitte is onverbiddelijk. Ik sterf niet. Ik lees in mijn cabaña Dubbelspel van Frank Martinus Arion. Meer dan lezen is hier niet mogelijk, of zoals Boeboe het zegt in Dubbelspel: “De zon en de schaduw maken ons allebei moe […] De zon ontneemt ons de fut om iets te doen, en een heerlijke wind en een koele schaduw doen ons inslapen. Ach dit is ook een mooi roteiland! Als een mooie hoer, die ons maar van onze goede voornemens afhoudt.”

Geschreven door Ernest op: dinsdag 3 April 2007 - 11:52:53





Op weg naar de ondergang

De reizende schrijver kent dezelfde problemen als andere reizigers. Hij heeft maagpijn, zit onder de muggenbulten en zijn stoelgang is ontregeld (ik heb acht dagen geleden voor het laatst gepoept, en het resultaat was een minipaasei dat zich pas na een half uur persen liet ontvallen). Maar de reizende schrijver heeft nog een probleem, een dat andere reizigers niet hebben. Hij heeft internet nodig. Hij zoekt internet zoals verslaafden straten afstruinen in de hoop te kunnen scoren. Vandaag was een moeilijke dag, even afgezien van de 29 muggenbulten op mijn rechterhand en de zeer hardnekkige constipatie. Ik struinde de zandwegen van Rio Grande af, maar nergens was een internetcafé te bekennen. Bij een winkel in toiletpotten (zonder wc-bril) kon ik een fax versturen, maar daar heeft de reizende schrijver die een blog bijhoudt niet veel aan. Of ik dan een toiletpot wilde kopen? Ik had de keuze tussen een geel, een roze en een blauw model. Even overwoog ik om het blauwe model te kopen en aan mijn rugtas te binden. Er zou een dag komen dat mijn darmen hun inhoud niet meer zouden verdragen. Een verschrikkelijke dag, want ik zou op een drukke markt staan of op een strand liggen met wc noch struikje in de wijde omgeving. Een blauwe toiletpot zou dan uitkomst bieden. Maar nu wilde ik maar één ding: internet. Zo verliet ik de winkel en liep ik mijn ondergang tegemoet. Niet direct, want het internetcafé werd gevonden. Maar de dag dat de verslaafde in zijn eigen fecaliën zou worden gevonden was onafwendbaar.

Geschreven door Ernest op: maandag 2 April 2007 - 19:34:49