Lach

Dit is wat de buitenwereld ziet: twee kramen op de markt, beide met kruiden, olijven en feta. Achter de ene kraam staat een ongeschoren man met een grote vrouw. Achter de andere kraam staat een ongeschoren man met een sprookjesprinses. De twee mannen zijn broers, dat weet de buitenstaander, dat ziet hij. Ze lijken op elkaar, ze hebben hetzelfde postuur, dezelfde stoppels. Er is één verschil, één groot verschil: de man met de grote vrouw lacht zelden, bijna nooit. De man met de sprookjesprinses lacht altijd. De buitenstaander denkt aan ongelijkheid, kaarten die in iemands voordeel zijn gedeeld, en in iemands nadeel. De buitenstaander wil de wereld verbeteren. Hoewel hij heimelijk verliefd is op de sprookjesprinses, koopt hij voortaan alleen nog maar olijven bij de man met de grote vrouw. Hij koopt zoveel olijven dat hij tapenade voor een weeshuis kan maken. Maar de man lacht nog steeds niet als zijn broer. De buitenstaander kijkt elke zaterdag bozer naar de grote vrouw. Ze moet een onmogelijke echtgenote zijn, denkt hij. Ze snurkt in haar slaap, ze kookt de aardappelen te zout, ze eet zelf altijd het grootste stuk vlees. De buitenstaander merkt dat hij ook niet meer lacht als hij voor hun kraam staat. Maar hij geeft niet op. Hij heeft intussen meer olijven in de koelkast dan geld op de bank. Hij troost zich met de gedachte dat het een goede investering is, in deze tijd. Dan hoort hij de man van de grote vrouw op een zaterdagochtend zeggen: ‘Mijn zus helpt je zo.’ De buitenstaander is geschokt. Hij moet zich vasthouden aan de kraam. Als hij wordt geholpen, wijst hij een karig bosje munt aan. ‘Geen olijven?’ vraagt de grote vrouw verbaasd, bijna verbouwereerd. De buitenstaander schudt mechanisch zijn hoofd.
Bij de andere kruidenkraam wacht hij geduldig tot hij wordt geholpen. Hij kijkt naar de man, hij kijkt naar de sprookjesprinses. Dan valt het dubbeltje. De buitenstaander weet het zeker: het is een familie. Twee broers, twee zussen, twee kramen. Als hij aan de beurt is, bestelt hij olijven. De olijven worden geschept, gewogen en in een plastic zakje gedaan. Hij let erop, hij ziet het goed: tijdens elke handeling lacht de verkoper. Nog nooit is geluk zo’n groot raadsel voor hem geweest.






Het geheim van een gezicht
Lach