Said El Haji en Annelies Verbeke selecteerden 25 Nederlandse en Vlaamse schrijvers die hun 36ste verjaardag nog niet zijn gepasseerd. Speciaal voor 25 onder de 35 schreef deze opkomende lichting auteurs nieuwe, niet eerder verschenen verhalen. Sommigen van hen hebben al meerdere romans op hun naam staan en zijn alom bekend, anderen werken nog aan hun debuut en moeten hun naam nog maken. Juist deze diversiteit geeft een goed beeld van het proza dat op dit moment wordt geschreven door jonge en toonaangevende schrijvers uit Nederland en Vlaanderen.
Fragment uit Ik schreeuw je naam maar je hebt me nooit gehoord van Ernest van der Kwast:
“Het was februari 2005, het was koud, mijn debuutroman verscheen, en mijn moeder verbrandde in de tuin een zwarte vuilniszak. Ze wilde de boze geest uitdrijven die verantwoordelijk was voor mijn schrijven, want schrijven was volgens haar iets kwaadaardigs. Hoe de geest eruit zag en of hij ook verantwoordelijk was voor mijn zwemmerseczeem, wist niemand, zelfs mijn Indiase moeder niet. Maar dat hij uit te drijven was door een Komo-vuilniszak te verbrandden daar geloofde mijn moeder heilig in. Mijn vader riep nog: ‘Ik bel de brandweer, nee de politie. Nee, ik bel een psychiater.’
Maar mijn moeder liet zich niet van haar stuk brengen.
Zo werd de dag dat Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen verscheen bij ons thuis gevierd: een vuilniszak die danste op vlammen, giftige zwarte rook, en een moeder die stampvoetend schreeuwde: ‘Ga weg, ga weg! Verdwijn!’
De rest van Nederland reageerde zo niet beklagenswaardiger, dan toch stiller. Men liet deze prachtige dag voor de literatuur eenvoudig langs zich heen gaan. Nu, ruim een jaar later, staat men op het punt mijn boeken te verpulpen. Zelfs verramsjen zit er niet in. Maar laat ik vooral geen haastwerk van mijn ellende maken, laat ik alles vertellen.”